
In de jaren ’90 hebben leden het de familie Quast verzocht om hun Duitse adellijke titel te mogen omzetten in het Nederlandse equivalent. Dit verzoek heet inlijving in de Nederlandse adel. De wettelijke grondslag hiervoor is art. 2 lid 3 Wet op de adeldom.
De toen recent in werking getreden Wet op de adeldom (1994) had de regels voorafgaande aan de verzoeken gewijzigd om de voorheen bestaande mogelijkheid tot inlijving voor personen uit, onder andere, Duitsland, na een korte overgangstermijn definitief te beëindigen. Terwijl inlijving van Duitse adel voor de inwerkingtreding van de wet wel kon, was dit na de inwerkingtreding niet meer mogelijk.
In de procedure stelde de familie dat hun voorouder in 1789 en 1790 in de adelstand van het Heilige Roomse Rijk is verheven, wat door de minister van Binnenlandse Zaken en Raad van State nooit is ontkend. Het verzoek is door de instanties uitsluitend afgewezen omdat de wettelijke opvolger, Duitsland, de adel in 1919 bij wet heeft afgeschaft. Om tot deze conclusie te komen, moesten de autoriteiten de historische Duitse adel van de familie wel als feitelijk uitganspunt nemen; als er in het verleden geen sprake was geweest van Duitse adeldom, was het immers niet mogelijk geweest om het inlijvingsverzoek af te wijzen op grond van afschaffing van de adel in Duitsland. In de annotatie bij de uitspraak, gepubliceerd in het bestuursrechtelijke tijdschrift Administratiefrechtelijke Beslissingen, is de zaak door de rechtsgeleerde schrijver, mr. dr. I. Sewandono, helder samengevat (AB 2003 317 Uitspraak Raad van State – Quast):
Deze uitspraak betreft een aanvraag om inlijving in de Nederlandse adel op grond van het overgangsrecht van art. 8 Wet op de adeldom. Appellanten stammen af van een Duitse edelman die zich een paar honderd jaren geleden op de Nederlandse Antillen had gevestigd. Hun aanvraag is afgewezen omdat Duitsland geen wettelijk erkende adel meer kent. Adeldom is daar afgeschaft bij de Grondwet van de Republiek van Weimar van 1919. De vererving van adellijke titels en predikaten is niet bij bijzondere wet geregeld en deze kwalificaties zijn nu nog slechts onderdeel van de geslachtsnaam.
AB 2003 317 Uitspraak Raad van State – Quast