
De heren en graven von Platen zijn een oud Pommers adellijk geslacht afkomstig van Rügen, dat in 1252 voor het eerst in oorkonden verschijnt met dominus Otto, advocatus van vorst Jaromar II van Rügen (in 1255 ook Otto cum plata genoemd). De stamreeks begint rond 1396 met Hennig von Platen. De oudere linie behoort tot de rijksadel in Zweden. Er is ook een Deense tak.
De jongere linie, de graven von Platen-Hallermund, behoorde tot de gemediatiseerde families en voerde zodoende van 1829 tot 1919 het predicaat Erlaucht (Doorluchtigheid). Zij behoort tot de hoge adel. Deze werd met de keurvorstelijk-Hannoverse postmeester-generaal, geheimraad en opperhofmeester Franz Ernst Freiherr von Platen, heer van Schloss Linden, op 20 juli 1689 in de rijksgravenstand verheven. In 1704 verwierf deze tak van de familie het rijksvrije graafschap Hallermund en werd daarom op 7 augustus 1709 opgenomen in het Nederrijns-Westfaalse Rijksgraven-college.
Genealogisches Handbuch der fürstlichen Häuser 33, Fürstliche Häuser, Band XII, C. A. Starke Verlag Limburg an der Lahn, 1964, p. 302.
Marie Luise Charlotte Friederike Henriette Elisabeth (Galben 22 september 1897 – Koblenz 26 november 1986); tr. 1e Redden 9 november 1918 (gesch. 1929) Friedrich von Quast (Garz 8 juli 1893 – Rimsting 22 december 1976); tr. 2e Berlijn 13 september 1929 Friedrich Becker (Burgen, Kr. Bernkastel 24 april 1899 – 19__).